Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Wandeling over een begraafplaats

Het zal voor velen niet de eerste gedachte zijn om een wandeling over een begraafplaats te houden. Toch heeft het wel wat. Kom, wandel met ons mee en geniet van de natuur en rust. De wandeling wordt nog interessanter door de verhalen over de historie en ontstaan van deze begraafplaats. De grafstenen zijn vaak voorzien van symboliek. Wat betekent dat? Dat en nog wat verhalen over enkelen, die hier begraven liggen en waarover we iets weten te vertellen, maken dit tot een mooie wandeling.

Veel informatie en verhalen komen uit de tijdschriften van de Historische Vereniging Gemeente Beilen Andere info komen uit oude kranten via Delpher, internet en uit persoonlijke verhalen van familieleden of kennissen.

Alle informatie is verzameld door Wim Joosten (2020).

De mate van beschaving van een volk valt af te lezen aan de wijze waarop men zijn doden bezorgt.

Pericles Athene

In 1829 werd de begraafwet ingesteld werd. Dat was niet zonder reden. Klik op onderstaande knop om hier meer over te lezen.

Beilen telde toen zo’n 600 inwoners. In Beilen werd er tot die tijden in en rond de Stefanuskerk begraven. In 1829 werd een stuk grond aangekocht voor de eerste begraafplaats in Beilen. Dit was toen eigenlijk min of meer al buiten de bebouwde kom. De Torenlaan bestond toen nog niet. In 1883 besloot de gemeenteraad van Beilen om nog meer gronden aan te kopen voor uitbreiding van de begraafplaats.

Lees meer de geschiedenis van het begraven tot 1829 Lees meer over de ontwikkeling van de begraafplaats Torenlaan (ook plattegrond)

Twee vrouwen zaten voor me in de bus
Met nette permanenten donkere kleren
Ze zaten met elkaar te converseren
De een sprak over 't kleinkind van haar zus
De ander had margrieten in een krant
Vanmorgen vroeg geplukt uit eigen tuin
Ik zag bij hen vergeleken heel erg bruin
We reden door het Franse platteland
Ik kon ze maar ternauwernood verstaan
En wilde eigenlijk wel hun reisdoel weten
Maar ja bij Fransen kun je dat vergeten
En bovendien wat ging het me ook aan

Ineens was daar hun halte, cimetiere
Begraafplaats dus en daar stapten ze uit
De bus trok alweer op met veel geluid
Ze liepen naar de poort zonder misère
Gewoon een plastic tasje in hun hand
En vast met een verdriet dat al gewend was
Verlies dat al aan iedereen bekend was
Er was dus eigenlijk weinig aan de hand

Alleen ik voelde plots de tranen komen
Om wat ze gingen doen, een graf verzorgen
Ineens was daar mijn woede diep verborgen
Dat is me door die schoften ook ontnomen

Gewoon een beetje zitten aan het graf
Natuurlijk dat van mama en van vader
Men wiedt het onkruid en geeft planten water
En sopt zo af en toe de steen eens af
Een beetje denken aan zoals het was
Zoals we vroeger om de tafel zaten
Voordat we alles achter moesten laten
Men voelt de pijn en knipt het hoge gras

O ja, ik ben ook wel cadisj gaan zeggen
Daar op die plek waar ze toen zijn vermoord
En dat zal god ook best hebben gehoord
En je mag van mij nog honderd kransen leggen
Maar ik wil in het voorjaar met zo'n doosje
Zo van de kweker vol met bal semine
En die dan poten en een beetje grienen
En zeg nou zo moet het weer een poosje

'k Heb mij eraan gewend te accepteren
Dat het toch nooit te accepteren is
Ik praat niet eens meer over het gemis
Het heeft geen zin jezelf steeds te bezeren
Maar toen daar in die bus deed het toch zeer
Dat ik geen plek heb waar ik zeggen mag
Dag schatten, over een tijdje kom ik weer
Ik denk aan jullie, bijna elke dag

Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Stolpersteine

Bovenstaande tekst van het liedje geeft aan hoe belangrijk het kan zijn om iets tastbaars te hebben om je naasten bij je te blijven houden. Voor velen is er niet zoiets tastbaars, denk daarbij aan de vele slachtoffers uit de tweede wereldoorlog. Daardoor is het idee Stolpersteine ontstaan. Een steen voor het huis waar deze slachtoffers gewoond hebben.

Een mens is pas vergeten als zijn naam vergeten is.

Lees meer over Stolpersteine in Beilen
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Opknappen begraafplaats

Alles vervalt. Vooral de meeste grafstenen, die vroeger gebruikt werden. Het verweert, breekt, letters vervagen, raakt overgroeit met mossen. Gelukkig is er een groep mensen, die zich hier wat van aantrekt. Onder aanvoering van Lute van de Bult is een enthousiaste groep vrijwilligers van maximaal veertien man bijna elke donderdagmiddag bezig geweest om de graven weer toonbaar te maken. Dankbaar werk, maar een klus van lange adem.

Het begon op de oude begraafplaats in 2012 toen de gemeente aangaf bepaalde oude graven te willen ruimen en de historische vereniging iets wist over de graven. Lute: ‘Toen we dat hoorden, heb ik laten weten dat we het gingen oppakken. Ik heb het bij de vereniging in de groep gegooid en er waren direct zes man bereid om mee te helpen met het opknappen. Zo ontstond de werkgroep en we zijn toen maar begonnen met schoorvoetende toestemming van de gemeente.’ Het project wordt ondertussen wel warm ondersteund door de gemeente.'

De werkgroep, die onder de Historische Vereniging Gemeente Beilen valt, had er de handen vol aan, maar het wordt met veel liefde en respectvol gedaan aldus Lute: ‘Er zaten een paar moeilijke bij, zoals sommige met van die dikke zware dekplaten die kapot waren. Die moet je dan lijmen. Daar kregen we lijm voor van een stenenbedrijf in Beilen. Voor de volgende fase van het kerkhof trekken we ook weer jaren uit, maar ik hoop wel dat er nog een paar mensen bij komen om te helpen, want er zit nog zo veel werk in.’

Foto Gerrit Boer

Foto's oud en nieuw
Krantenartikel over ontstaan werkgroep
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

De ingang

Op de hekken zijn dennenappels afgebeeld. De dennenappel als symbool om het aardse los te laten. Een ander woord voor dennenappel is pijnappel. Pijnappel komt van Pinusappel. Pinus is het Latijnse woord voor een naaldboom zoals de den.
De pijnappelklier heeft qua vorm wel iets weg van een pijnappel (dennenappel), vandaar zijn naam. De pijnappelklier, of epifyse, is een orgaantje ter grootte van een rijstkorrel, precies in het midden van ons hoofd, tussen de twee hersenhelften in. Het is met veel mysterie omgeven.

Over de hele wereld vinden we in oude beschavingen aanwijzingen terug dat de pijnappelklier werd gezien als de sleutel tot spiritueel ontwaken ook wel 'de zetel van de ziel' wordt genoemd. Tevens verbonden met het 'derde oog'.
Het derde oog gaat open bij wie bereid is zijn andere twee ogen te sluiten. Oftewel, voor het volbrengen van het proces van godsrealisatie moet het aardse worden losgelaten. Onthechting is de enige weg.

Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Het lijkenhuisje

In 1867 werd een houten loods geplaatst voor mensen, die aan de cholera waren overleden.
In 1881 werd het lijkenhuisje gelijktijdig met het opknappen van de begraafplaats opgeknapt. De oude begraafplaats was te klein geworden waardoor zich een opeenhoping van lijken voordeed. Zomers hing er onaangename lucht vanwege het onordelijk begraven in vroeger tijd.
In 1892 werd er voor f275,- een nieuw lijkenhuisje gebouwd.

Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Dorpsdichter

Zijn borstbeeld valt direct op. Roel Reijntjes (1923-2003), ooit de dichter van Beilen. Hij is begraven in het familiegraf. Er mocht al lang niet meer begraven worden op deze begraafplaats, maar Roel Reijntjes kreeg een uitzondering hierop.

Het bronzen borstbeeld is gemaakt door Bert Kiewiet in opdracht van Roel Reijntjes.

Het borstbeeld op zijn graf staat gekeerd in de richting van de oude Stefanuskerk. Zijn blik gericht naar wat eeuwenlang het centrum van het dorp is geweest, waar hij zijn leven lang gewoond heeft. Het graf is, zoals hij dat in een van zijn gedichten beschreef, als "het paradies in schaduw van de toren ...".
Sint Stefanus is onder andere patroon van de goede dood.

De graven van zijn grootouders zijn een stukje verderop. Over zijn oma Jantje Helling-Popping is ook iets geschreven. De ouders van Roel liggen op de begraafplaats aan de Asserstraat.

Gedicht "Starven"
Leven Roel Reijntjes
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Eerste directrice Beileroord

Arendina Prins, dochter van de toen geliefde dokter Prins. Zij werd in 1922 directrice van het net opgerichte psychiatrische ziekenhuis Beileroord.

Lees meer over Beileroord
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Eerste elektriciteitscentrale in Beilen

Notaris Berend Schutter. Het zal in 1911 geweest zijn. De verlichting brandde toen nog op petroleum. Ook de spaarzame straatverlichting, die er toen was. Tijdens een nieuwjaarsvisite spraken enkele mensen daarover en het ongemak er van. Men wilde graag overschakelen naar iets anders. Op gas bijvoorbeeld. Er wordt een initiatief genomen om een vergadering te beleggen om het erover te hebben om een gasfabriek te laten zetten. Er kwamen veel mensen op de vergadering, want een ieder zag het wel zitten om over te schakelen op gas. Eigenlijk was iedereen het wel mee eens, maar toen kwam Berend Schutter met een ander voorstel: elektriciteit. Berend had het niet zo met gas. Een enkeling had nog maar van elektrisch licht gehoord. Toch werd tijdens die vergadering besloten om zo mogelijk een elektriciteitscentrale op te zetten. Er werd een commissie samengesteld en deze gaat aan de slag. Dit resulteerde in 1912 in een heuse elektriciteitscentrale aan de Hekstraat. Deze leverde gelijkstroom. Beilen was één van de eerste plaatsen in Drenthe, die een elektriciteitscentrale had. Later werd Beilen aangesloten op het Provinciaal Electriciteits Bedrijf van Groningen, die wisselstroom leverde. Er was toen een tijdje sprake van twee netten. De kom van Beilen had gelijkstroom en er om heen liggend wisselstroom. In 1942 werd de centrale buiten gebruik gesteld, nadat het Provinciaal Electriciteits Bedrijf van Groningen heel Beilen voorzag van stroom.

Lees verder

GRAFSYMBOLIEK

De lauwerkrans, de palmtak, het anker, de treurwilg zijn slechts enkele voorbeelden van symbolen die aangebracht werden en worden op grafstenen. Met zo'n symbool wordt het graf versierd. Het geeft ook een uitdrukking aan bepaalde gedachten en ideeën. De hekken bij de ingangen zijn versierd met eikels. Eikels symboliseren onsterfelijkheid en het eeuwige leven.

Lees verder
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

De Hoedties

De dames Jantje, Geesje, en Klazien Dondorff hadden op de Markt in de voorkamer van het huis een hoedenzaak. Hun bijnaam was dan ook de "Hoedties".
Ze woonden naast een café en daar waren ze niet altijd blij mee valt te lezen in een stuk geschreven door Roel Reijntjes.

De umwelt van café Poen, door Reijntjes
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Van rijwielhersteller tot internationaal Landbouw Mechanisatiebedrijf de Vries

Johannes, roepnaam Jans de Vries. Grondlegger van het nu nog bestaande bedrijf Mechanisatie de Vries.

Lees meer hierover in artikel uit het tijdschrift Historische Vereniging Gemeente Beilen, 2019, nr. 1: "Van rijwielhersteller tot internationaal Landbouw Mechanisatiebedrijf" door Jan Kuik.

Lees meer over het ontstaan van dit bedrijf
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Symboliek

Bloemen zijn altijd positieve symbolen. In de chistelijke traditie staan bloemen voor de ziel. Geknakte bloemen of stelen wijzen op een zeer plotseling afgebroken leven, zoals ook de afgebroken zuil of tak.

Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Symboliek

De zeis is het symbool van de dood. De dood wordt ook wel de grote maaier genoemd, die oogst aan het eind der tijden. In de vroege Middeleeuwen werd de dood al afgebeeld als een skelet met een zeis in de rechterhand. De zeis symboliseert ook de onverbiddelijkheid van de dood. De zeis (sikkel) was ook een attribuut van de Romeinse god Saturnus, de god van de landbouw. In de middeleeuwen werden de goden geassocieerd met planeten. De planeet Saturnus werd beschouwd als koud, sinister en verweven met de dood.

Merk op dat dit persoon en de persoon in hiervoor genoemde symboliek broers waren en allebei op 24 jarige leeftijd zijn overleden.

Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Ongeval met paard en wagen

“De dood is gekomen als een dief in de nacht” begint de gedicht op de grafsteen. Daarmee wordt aangegeven dat de dood onverwacht kwam. Het staat ook op de steen: overleden door een ongeval.

Op 16 november 1923 verongelukte Lammert Warners in het gehucht Lieving. De 44-jarige landbouwer Warners uit Wijster kwam met een wagen met planken, waarop ook een drietal arbeiders zaten, uit de richting van Beilen en ze zouden huiswaarts keren. Even over 't spoor schrok het paard door onbekende oorzaak en holde in vliegende vaart de Lievinger straatweg (Oosterstraat) op. Het viertal, dat op de wagen zat, probeerden het dier tot stilstand te krijgen. Terwijl ze dit probeerden haakte de wagen plotseling achter een boom en met een smak vielen de opzittenden eraf. Aanvankelijk zag het naar uit dat het ongeluk niet ernstig was, maar Warners scheen later ernstig bezeerd te zijn. Hij werd, omdat hij zich bijna niet meer kon voortbewegen, daarna met moeite bij zijn zwager Koke binnengebracht, waar men hem op bed legde. Onmiddellijk werd dr. Feike ontboden, die spoedig ter plaatse was. Nadat hij Warners had verbonden en een drankje had gegeven om te kunnen slapen, liet hij de boodschap achter, even een andere patiënt te moeten bezoeken, om na een half uurtje terug te komen. Toen de dokter terug kwam kon hij echter slechts de dood kon constateren. Warners liet een vrouw en 7 kinderen achter.

Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Van bakkersknecht naar een eigen bedrijf.

Jan Joosten verhuurde zich als bakkersknecht bij de weduwe Strabbing in Kloosterveen bij Assen voor f 180,- per jaar. Kost en inwoning waren daarbij inbegrepen. Dit was voor die tijd een ongekend hoog bedrag en de mensen spraken er zelfs vol bewondering over: "Hij heeft zich goed uitbesteed!" Jan Joosten kreeg zelfs verkering met dochter Dina Strabbing; zij trouwden op 8 mei 1879. Het echtpaar vertrok daarna naar Westerbork en in het pand waarin nu het restaurant Diggels is gevestigd, werd Jan Joosten eigen baas. In 1880 werd deze bakkerij overgenomen door de ook nu nog bekende Westerborker familie Slomp. Jan Joosten vertrok naar Beilen en hij begon in de Hekstraat een bakkerij. Later kocht bakker Hoekzema dit pand van hem. Jan Joosten en Dina Strabbing kregen vier zoons en een dochter: Jan, Hendrikus, Hilbertus, Geert, en Hillichje. De bakkerij ging omstreeks 1920 over naar de jongste zoon Geert.

Lees verder
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Bakkerij Joosten

Geert Joosten, zoon van Jan Joosten. Hij trouwde met Aaltina Lonsain, die in 1924 bij de geboorte van Aaltinus overleed. Hij hertrouwde met Hendrika Strabbing.

De brood-, koek-, en banketfabriek is jarenlang een begrip geweest in Beilen. Geert had een bakkerij op de hoek van de Brinkstraat en de Raadhuisstraat. Het pand brandde in 1975 af. Op die plek staat nu het pand met meerdere winkeltjes op de begane grond en woonruimten op de eerste etage.

Twee zonen van Geert hebben in 1957 een bakkerij aan de Karspelstraat laten bouwen. In het pand zat later Welzijn Ouderen Beilen. Het pand is nu afgebroken en gaat plaatsmaken voor parkeerterrein.

Rik Martena heeft een stuk geschreven over bakkerij Joosten voor de historische vereniging gemeente Beilen.

Lees meer over bakkerij Joosten
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

De treurwilg

Op deze begraafplaats zijn veel graven voorzien van een treurwilg. Deze boom staat voor verdriet en rouw. De hangende takken staan symbool voor de tranenstroom die in de aarde verdwijnt. Het is een zeer oud symbool: al in de tijd van de Germanen dacht men dat in de onderwereld, het land van de doden, uitgestrekte wilgenbossen stonden waar de doodsgoden woonden. Er gaan nog meer bijzondere verhalen over de boom. Als iemand vroeger een hekel aan een ander had, was een knoop in een tak van een treurwilg leggen, voldoende om de ander de dood in te jagen: 'doodknopen'. Probeer nooit om zo'n knoop los te maken, want dan sterft de 'knopenlosmaker' zelf.

Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

De palmtak

Ook de palmtak komt hier en daar terug op een graf.
De palmtak, als symbool, heeft een lange historie. De palmtak is het attribuut van de godin van de overwinning, Nikè of Nike was de godin van de overwinning in de Griekse mythologie. Haar Romeinse equivalent is Victoria. De oorspronkelijke betekenis van Nikè is waarschijnlijk de bliksem. Daarom is zij onafscheidelijk verbonden met Zeus. Bij de oude Olympische Spelen in Griekenland, gehouden ter ere van de oppergod Zeus, kregen de overwinnaars een palmtak, als teken van hun overwinning en werden koningen en keizers na een overwinning binnengehaald over een weg die bedekt was met palmtakken.
De christenen namen de palmtak over als symbool van hen die gestorven waren en in het bijzonder de martelaren. In de christelijke kunst was de palmtak het symbool van de overwinning op de dood door en in Christus. Ook verwijst de palmtak naar de intocht van Jezus in Jeruzalem.

Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Klimop

Al in de oudheid was de klimop als groenblijvende plant het zinnebeeld van het eeuwige leven. Maar ook van trouw, gehechtheid, vaderlandsliefde en volharding van het verlangen. Dit doordat de plant zicht strak en stevig hecht aan een muur, boom of grafmonument.

En later in de vroeg christelijke tijd werden op sarcofagen en catacomben klimopbladeren afgebeeld als symbool voor de eeuwige verbondenheid en het eeuwig leven. Al was het lichaam dan wel dood, die ziel leefde verder voort.

Huusholdplanken

Vroeger hield men er hier al op tijd rekening mee dat men vroeger of later "uit de tijd kwam". Een pasgetrouwd stel zorgde ervoor dat bij de aanschaf
van de noodzakelijke uitzet ook zogenaamde 'huusholdplanken' kwamen.

Lees meer over de Huusholdplaanken
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Markant persoon

Willem Kuik was een markant persoon in Beilen en van vele markten thuis en zeker niet onbemiddeld.

Hij liet aan de Schoolstraat het huis "de Lijnwoert" bouwen. Een huis in Engelse stijl. Momenteel zit daar de fysiotherapie in.
Ook bezat hij op Smalbroek een vakantiehuis waar hij een tennisbaan had laten aanleggen. Daar is de tennisvereniging "de Smalhorst" door ontstaan.

Een zo veelzijdig persoon, dat dhr. R. Martena er een tweedelig verhaal over heeft geschreven voor het tijdschrift Historische Vereniging Gemeente Beilen.

Lees het artikel over Willem Kuik
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Diagnose van de dokter

Hier ligt begraven Hendrik Pol. Hij was bedlegerig. De huisarts kwam op huisbezoek. Hoofdschuddend liet de dokter zijn prognose weten aan de familie, die rond zijn bed geschaard was. Hendrik had nog één, misschien twee dagen totdat een eind kwam aan zijn aards bestaan. Hierna vertrok de huisarts weer naar zijn huis. Thuis aangekomen kwam de huisarts echter plotseling te overlijden. De huisarts overleed dus nog een dag eerder dan de patiënt waar hij net zijn prognose over uitgesproken had.
De huisarts, Aeiko Doornbos, ligt naast Hendrik begraven.

Hendrik Pol was de schoonvader van Willem Kuik (zie eerdere beschrijving).

Naoberschap

Naoberschap (Achterhoeks, Drents en Sallands) is een kleine, overwegend agrarische, gemeenschap van noabers (buren). Iedere noaber heeft in het noaberschap een zogenaamde noaberplicht. Dit is de verplichting de andere noabers desgewenst met raad en daad bij te staan. Gewoonlijk waren er, wanneer iemand was overleden, aan weerszijden van het sterfhuis vijf buren naoberplichtig. Dit aantal kon plaatselijk verschillend zijn. Deze noodnaobers hadden tot taak alles te verrichten en te regelen wat in verband met het sterfgeval nodig was. Uiteraard moest wel overleg met de familie, de nabestaanden, plaatsvinden.
De naobers zorgden voor het afleggen van de dode. Vooraf dronken ze een borrel. Vaak was sterke drank in ruime mate aanwezig als afweer tegen de 'doodsbacillen'.

Lees meer over het naoberschap bij een sterfgeval
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Roelof Boelken

Een rijke koopman.

Om even vergelijk te maken:

In 1832 werd ten behoeve van de grondbelasting werd het kadaster ingevoerd. De aanslagen voor de molens in de gemeente Beilen logen er voor wat werd betreft de gebouwde eigendommen niet om:

  • Molen te Beilen aan de Molenstraat f. 170,00
  • Molen te Bellen aan de Brinkstraat f. 100,00
  • Molen te Hijken f. 140,00
  • Molen te Wijster f. 120,00
  • Molen te Makkum f. 100,00
  • Pel- en rosmolen te Beilen f. 30,00

Dat deze bedragen hoog waren, valt op als men deze vergelijkt met de belastingen voor andere gebouwde eigendommen. Voor de drie jeneverstokerijen in de gemeente Beilen moest in totaal f. 120,00 grondbelasting worden betaald. Het hoogst aangeslagen woonhuis in de gemeente bracht f. 105,00 op. Dit was eigendom van de koopman Roelof Boelkens en stond op de hoek Brinkstraat/Kruisstraat. De aanslag voor een 'normale' boerderij bedroeg 'maar' f. 21,00.

Daarnaast bezat Roelof Boelken nog meer panden in Beilen.

Lees verder
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

De Hoedties.

De dames Jantje, Geesje, en Klazien Dondorff hadden op de Markt in de voorkamer van het huis een hoedenzaak. Hun bijnaam was dan ook de "Hoedties".
Ze woonden naast een café en daar waren ze niet altijd blij mee valt te lezen in een stuk geschreven door Roel Reijntjes in een tijdschrift van de Historische Vereniging Gemeente Beilen.

Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Beurtschipper

Een oud beroep: beurtschipper. Vervoer van vracht en personen over water was vroeger gebruikelijk. Jan Hellendoorn had een beurtdienst tussen Beilen en Meppel. Grietina was zijn eerste vrouw. Na haar overlijden is hij op 20 december 1912 hertrouwd met Jantje Stevens.

Lees meer over beurtvaart
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Spaanse Griep

Johanna Supheert, geboren op Curaçao, in 1918 overleden aan de Spaanse Griep.
Ze was een onderwijzeres op de zondagsschool van de Protestantenbond.

Er zijn meerdere graven hier met als overlijdensdatum najaar 1918. Waarschijnlijk waren dat meestal Spaanse griep slachtoffers.

In geschiedenisboeken is het meestal niet meer dan een voetnoot, maar de Spaanse griep veroorzaakte in 1918 in Nederland grote maatschappelijke ontwrichting. In tegenstelling tot nu in de coronacrisis keek de regering slechts toe vanaf de zijlijn. Het was aan lokale bestuurders, artsen en verpleegsters om het op te nemen tegen een uiterst dodelijke ziekte die het land in zijn greep hield en 38.000 slachtoffers eiste.

In juli 1918 bereikte het griepvirus de grote steden in het westen van het land. Toen de eerste alarmerende verhalen over erbarmelijke omstandigheden in drukke volkswijken in de kranten verschenen, nam gelukkig het aantal nieuwe griepgevallen in Nederland af. Na een piek van 534 sterfgevallen in augustus daalde het aantal griepdoden snel. Nederland leek het ergste achter de rug te hebben. Relatief gezien waren er weinig doden gevallen en mensen die ziek werden, konden meestal na een paar dagen hun ziekbed alweer verlaten.

Maar in het najaar keerde de Spaanse griep in alle hevigheid terug. Ditmaal was het virus agressief en erg dodelijk. Het aantal besmettingen en sterfgevallen steeg in oktober explosief. Artsen wisten niet precies wat er aan de hand was.
Wie besmet raakte, takelde razendsnel af. Soms bleek de ziekte in enkele uren fataal. ‘Des morgens zag je ze gezond, des avonds kon je het overlijdenscertificaat tekenen’, aldus een huisarts uit het Gooi.

Lees verder
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Betovergrootmoeder

Mijn betovergrootmoeder Hilligje Kraan, getrouwd met Jan Joosten. Jan was koopman en winkelier.

Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Grootouders van Roel Reijntjes

De grootouders van Roel Reijntjes: Roelof Helling en Jantje Popping. De grootmoeder van Roel Reyntjes, Jantje Popping, was een bijzondere vrouw. Zij was cafehoudster in Westerbork. Café Helling was niet zomaar een café; het was onder invloed van de bezitster geworden tot een soort van Roemershuys, zoals men dat in Amsterdam kende in literaire kringen ten tijde van Roemer Visscher. Het waren echter geen dichters, maar schilders die aten, dronken, sliepen en debatteerden in het „Hellingshuis". Franse, Duitse en Belgisch schilders, maar ook bekende kunstenaars als Dozy, Van der Boon en Roessing brachten er hun dagen door en gaven aan het oude café een artistieke, en voor buitenstaanders geheimzinnige sfeer. Temidden van deze kunstschilders leefde grootmoeder Helling en ze deed dat met veel plezier, want de kunst van „haar jongens" lag haar na aan het hart. Ze toonde begrip voor haar gasten, die niet altijd over veel muntspecien beschikten en toch wel belangstelling koesterden voor een kostelijk maal. Toen de dochter van mevrouw Helling — de moeder van Roel — ging trouwen en in Westerbork een woning kreeg, verkocht grootmoeder Helling haar cafe en toevluchtsoord voor kunstenaars en bracht haar laatste jaren in Beilen door. En juist deze jaren zijn van blijvende invloed geweest op het leven van Roel Reyntjes, Zijn grootmoeder vertelde hem alles over het leven van haar "jongens" en liet hem zien wat ze voor haar gemaakt hadden. Op het bekende schilderij "De kraamkamer" van Dozy staat bijvoorbeeld de keuken van het Hellingshuis afgebeeld.

Afbeelding Kraamkamer
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Grafnummer 1 en de eerste begravene

Dit gedeelte van de begraafplaats is het stuk waar alleen gekochte graven zijn. De graven zijn genummerd. Hier ligt grafnummer 1. In dit graf ligt begraven: Everdiena Dumon - Boelken, geboren op 5-10-1815 te Beilen en overleden op 13-10-1852 te Beilen.

Het stuk vanaf hier naar De IJzeren Man is later aangekocht. Zie hier

Links van grafnummer 1 ligt op nr. 88, met als twijfelachtige eer de eerst begravene te zijn van deze begraafplaats: Tobia Schukking, geboren te Smilde den 18 februari 1806, overleden in den bloei hares levens te Assen den 5 september 1829.

Lees verder

Hennekleed

Na de trouwerij werd ook direct gezorgd voor de doodshemden, het 'hendekleed', waarin het lijk bij de 'hengang', het overlijden, werd gekleed. Het 'hennekleed of hendekleed (Beilers)' werd met band en lint in het kabinet bewaard en om vergelen te voorkomen werd het elk jaar gewassen en gestreken.

Lees meer over het hendekleed
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Lucas Oldenhuis Gratama

Lucas Oldenhuis Gratama (Assen, 7 juni 1815 - aldaar, 5 juli 1887) was een advocaat en rechter te Assen (1835-1875), Drents Statenlid (1864-1887) en lid van de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.
Hij is getrouwd met Lubbertha Matthia Schukking op 2 juli 1841 te Assen, hij was toen 26 jaar oud.
Hij ligt samen met zijn vrouw begraven in het familiegraf van de familie Schukking.

Maakte zich op velerlei gebied verdienstelijk voor Drenthe, onder meer voor de archeologie.
Lucas Oldenhuis Gratama was in principe de redder van de Drentse hunebedden en tumuli (grafheuvels).

Loopbaan

  • Ontginner-grondaanlegger en vervener, gedurende 35 jaar
  • Advocaat te Assen, van 1835 tot 1854
  • Procureur, van 1837 tot 1854
  • Rechter Arrondissementsrechtbank te Assen, van 1 september 1854 tot 1 mei 1865
  • Lid gemeenteraad van Assen, van 1856 tot 1859
  • Lid Provinciale Staten van Drenthe voor het kiesdistrict Assen, van 27 augustus 1864 tot 5 juli 1887
  • Raadsheer Provinciaal Gerechtshof te Assen, van 1 april 1865 tot 1 januari 1876
  • Lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Assen, van 14 oktober 1867 tot 3 januari 1868
  • Lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Assen, van 25 februari 1868 tot 11 oktober 1884
  • Lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Assen, van 17 november 1884 tot 20 februari 1886
Lees meer over Gratama
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 1

Familiegraf van Schukking

Hier is het familiegraf van Schukking. Aan de graven al te zien, dat dit een vooraanstaande familie was. De vader/grootvader ligt in de Stefanuskerk begraven. De moeite waard om iets over hem te schrijven.

SCHUKKING (Mr. Lubbertus Matthias), ged. te Beilen 18 April 1740, overl. te Smilde 25 Oct. 1803.
Hij stamde uit een oudere tak van hetzelfde geslacht als waartoe de vorige behoorde en was een zoon van Ds. Lubbertus Schukking (1693-1754), predikant te Beilen en diens tweede vrouw Maria Christina Kiers.

Schukking werd schout te Beilen in 1767 en huwde aldaar op 22 augustus 1768 met Roelina Aleida Witsenborg. Hij overleed plotseling aan een beroerte te Smilde, waarheen hij zich als schout had begeven om recht te spreken over de Kibbelwijk.

Hij studeerde te Groningen in de rechten (ingeschreven 6 Juli 1758) en had aldaar tot leermeester prof. F.A. van der Marck, een voorstander van het natuurrecht, waarvan Schukking eveneens een uitgesproken aanhanger werd.
De laatste promoveerde op 26 juni 1764 op een dissertatie. Schukking had daarin een stelling, die reeds door de rechtsgeleerde faculteit was goedgekeurd en als volgt luidde: Usum tomen juris romani grammaticum, historicum, immo & politicum, qua doctrinalem, agnoscimus, sed usum ejusdem juris forensem legalem in Drenthia negamus (d.i. Het letterkundig, het historisch, ja het staatkundig gebruik van het romeinsche recht, in zooverre het ons tot leering strekt, erkennen wij, maar ontkennen het wetverbindend gezag er van voor onze Drentsche rechtbanken).

De rector-magnificus, de professor in de theologie Paulus Chevalier, die evenals de Classis te Groningen het natuurrecht verwierp, beschouwde deze stelling als onrechtzinnig en in strijd met het heil der academie, in verband waarmede hij weglating of uitstel der promotie vorderde.
Schukking liet de thesis weg, maar gaf later een nabericht bij zijn dissertatie uit, waarin hij de stelling en al de onaangenaamheden, daaruit voortgevloeid, mededeelde, met bewering dat de stelling noch nieuw noch schadelijk was. De rector, hierdoor gebelgd, liet hem personeel arrest aanzeggen en dagvaardde hem voor de Senaat.

Schukking weerlegde het arrest en beweerde dat hij alleen rechtgesproken kon worden in Drente, waarop de rector den 6den Dec. 1764, na een verklaring van Schukking, de zaak liet zitten.

Let wel: dit was in de tijd dat de Drentse Etstoel nog bestond. Drenthe had toen een eigen rechtspraak.

Lees meer over de zaak Schukking

Deel 2

Klik op onderstaande knop om verder te gaan met de beschrijving.

Ga verder met de beschrijving van de route