Hendrik Bel

Hendrik Bel

Hendrik Bel

Hendrik Bel, 1898-1944.

Oorlogsslachtoffer

Is 46 jaar geworden
Geboren op 18 mei 1898 te Beilen
Overleden op 29 november 1944 te Zöschen, Landkreis Merseburg, D

Beroep Wegwerker / Lid verzet

Hendrik Bel

Oude plaquette Hendrik Bel

De originele bronzen plaquette is in 2007 gestolen.

Hendrik Bel

Nieuwe plaquette Hendrik Bel

In 2008 is een nieuwe, hardstenen plaat vervaardigd en op dezelfde locatie aangebracht. Hierop is echter niet de afbeelding van het gevleugelde wiel, het voormalige logo van de Nederlandse Spoorwegen, maar het huidige NS-logo aangebracht.

Hendrik Bel

Uit het Nieuwsblad voor Beilen, d.d. 12-03-1948

H. BEL
TER NAGEDACHTENIS

Op door eenvoud treffende wijze is Donderdag 4 dezer hulde gebracht aan één der vele oorlogsslachtoffers, welke ook de Gemeente Bellen heeft te betreuren. Hier gold de employé der Nederlandsche Spoorwegen Hendrik Bel, die In de nacht van 9 op 10 Juni 1944 van zijn bed weed gelicht, om daarna naar Duitsland vervoerd te worden, vanwaar hij niet terugkeerde.
In de gerestaureerde wachtkamer van het Station Beilen waren op uitnodiging van de Directie der N.S. de nabestaanden van de heer Bel en alle leden van het spoorwegpersoneel met de stationschef tegen half vier bijeengekomen.
De heer C. M. Cox, Hoofdingenieur der Wegen heette in de eerste plaats de familieleden van de overledene, vervolgens de Burgemeester van Beilen en verder alle spoorwegmannen, Bels vroegere kameraden, hartelijk welkom. Hij deelde mede, dat de Directie der N.S. te Utrecht een monument ter ere van de nagedachtenis van alle in de strijd legen de bezetter gevallen spoorwegmannen zal doen oprichten. Zij wil echter ook In alle plaatsen, waar slachtoffers gevallen zijn, door een gedenkplaat de namen dezer mannen vereeuwigen.
Hendrik Bel had onderdak verleend aan een onderduiker. Hij had daarmede zijn menselijke plicht onversaagd op zich genomen. Ook In Beilen zijn velen door Duits geweld bezweken, maar de spoormannen gedenken uiteraard allereerst hun eigen kameraad. "Wij", aldus spreker, "zijn trots op hem, wij zullen hem in eerbied blijven gedenken. Voor die hem lief waren moge de plaat, die zo dadelijk onthuld zal worden, een troost zijn in hun bittere smart."
Namens de Personeelsraad sprak de heer G. H. Jansen. Hij riep de bange Meidagen van 1940 in de herinnering der aanwezigen op, toen ons volk zich moest schikken in wat het nooit had kunnen voorzien. Hoe diep geschokt wij allen waren, al spoedig bleek. dat de bezetter zich vergiste, waar hij meende, ons volk voor zijn verderflijke ideologie te kunnen winnen. Toen hij zijn ware aard toonde, streden velen om de vrijheid te herkrijgen. Onder die velen ook het spoorwegpersoneel, dat niet minder dan ongeveer achthonderd doden verloor. Ook de Personeelsraad Is dankbaar, dat de Directie der N.S. deze slachtoffers door een centraal monument wil huldigen en dat hun namen ook in de plaats waar zij werkten en streden aan de vergetelheid worden ontrukt.
De nabestaanden voelen dag aan dag het gemis. Zij mogen zich ervan verzekerd houden, dat het gehele spoorwegpersoneel met hen medeleeft. Komt bij hen welhaast onvermijdelijk de vraag op: "waarom moeten wij onze dierbaren missen?", dan zullen zij dan ook weten: niets geschiedt bij geval, er Is Eén, die het al bestiert. Hebben zij deze verzekerdheid, dan zullen zij ook weten van vertroosting.
De burgemeester, Mr Dr Wytema, hierna het woord verkrijgend, zeide, dat deze plechtigheid ons er opnieuw aan herinnert, dat wij vijf jaar lang een totale oorlog hebben moeten voeren. Niemand kon tevoren weten. wat dit betekende. We wisten alleen van een zeker oorlogsrecht, dat de niet-strijdende elementen der bevolking moest beschermen. Maar toen de totale oorlog eenmaal over ons kwam, werd het ons duidelijk, dat ieder soldaat was, eenvoudig omdat hij Nederlander was. Dat toonden ook zij te beseffen, die in de strijd het leven lieten. Het strekt een volk tot eer, wanneer het zijn gevallenen gedenkt en huldigt. Wij waarderen het zeer, dat de N.S. thans de nagedachtenis van een van Beilens ingezetenen huldigt en zijn ervan overtuigd. dat allen die van nu af aan dit station betreden door de aangebrachte gedenkplaat met gevoelens van eerbied jegens Hendrik Bel zullen worden vervuld. .Na deze redevoeringen begaf het gezelschap zich naar de hal van het station waar de gedenkplaat is aangebracht bij het loket.
De heer Ir Cox onthulde de plaat met een enkel woord, haar in de goede zorgen van de Stationschef aanbevelende. Namens de Directie der N.S. legde hij hij de plaat, waarvan aan mevrouw Bel een foto werd aangeboden, een krans neer. De heer Jansen plaatste er een palmtak bij.
Namens de weduwe en de dochter van de heer Bel richtte zijn schoonzoon woorden van dank tot de Directe van de NS, tot de Personeelsraad en tot allen, die aan de uitvoering het aanbrengen van deze gedenkplaat hebben meegewerkt.