Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 2

Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 2
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 2

Roelof Boelken

Een rijke koopman.

Om even vergelijk te maken:

In 1832 werd ten behoeve van de grondbelasting werd het kadaster ingevoerd. De aanslagen voor de molens in de gemeente Beilen logen er voor wat werd betreft de gebouwde eigendommen niet om:

  • Molen te Beilen aan de Molenstraat f. 170,00
  • Molen te Bellen aan de Brinkstraat f. 100,00
  • Molen te Hijken f. 140,00
  • Molen te Wijster f. 120,00
  • Molen te Makkum f. 100,00
  • Pel- en rosmolen te Beilen f. 30,00

Dat deze bedragen hoog waren, valt op als men deze vergelijkt met de belastingen voor andere gebouwde eigendommen. Voor de drie jeneverstokerijen in de gemeente Beilen moest in totaal f. 120,00 grondbelasting worden betaald. Het hoogst aangeslagen woonhuis in de gemeente bracht f. 105,00 op. Dit was eigendom van de koopman Roelof Boelkens en stond op de hoek Brinkstraat/Kruisstraat. De aanslag voor een 'normale' boerderij bedroeg 'maar' f. 21,00.

Daarnaast bezat Roelof Boelken nog meer panden in Beilen.

Lees verder

Hennekleed

Na de trouwerij werd ook direct gezorgd voor de doodshemden, het 'hendekleed', waarin het lijk bij de 'hengang', het overlijden, werd gekleed. Het 'hennekleed of hendekleed (Beilers)' werd met band en lint in het kabinet bewaard en om vergelen te voorkomen werd het elk jaar gewassen en gestreken.

Lees meer over het hendekleed

Kraai

grote, zwarte vogel; doodgraver

Kraaien ruimen tot op de dag van vandaag kadavers op, wat hen de bijnaam 'doodgraver' opleverde. Andersom is ook waar: de doodgravers die de kist van de overledene naar diens laatste rustplaats dragen worden 'kraai' genoemd. Dat dragen van de kist ging overigens lang niet altijd zo netjes in het gelid zoals het tegenwoordig gaat; het was vroeger de gewoonte om in het huis van de overledene zowel de pastoor, de kapelaan en de kraai te vergasten op een flink glas ouwe klare en jenever is nu niet bepaald het beste middel om vervolgens met zessen in een rechte lijn te lopen.

Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 2

Dominee Westrik

Ds. Timon Westrik was dominee van de gereformeerde kerk in Hijken van 6 december 1868 tot 20 november 1886. Er was een vacature vrijgekomen voor deze functie in Hijken en moest een vervanger vinden. Dat bleek niet zomaar te lukken. Tot tweemaal toe werd ds. F. Strik (1811-1889) van de Drentse kerk te Roden en Een in de vacature beroepen, maar deze nam de roepingen niet aan. Ds. A.J. Abels (1818-1899) van Dalfsen werd eveneens tot tweemaal toe beroepen, maar kwam evenmin. Ook ds. G. Wissink (1812-1888) van Appelscha weigerde na zowel het eerste als het tweede beroep. Toen echter een beroep uitgebracht werd op ds. T. Westrik (1823-1886) van Idskenhuizen (een dorp in de gemeente De Friese Meren, ongeveer 10 km. Ten noorden van Lemmer), gaf deze aan naar Hijken te zullen overkomen. Deze bleef tot zijn overlijden op 19 oktober 1886 aan de kerk van Hijken verbonden. Tijdens zijn predikantschap werd in Hijken een pastorie gebouwd op een stuk grond dat was gekocht van R. Vredeveld. Daar ging hij ook wonen.

Op een boerenwagen is hij naar zijn laatste rustplaats in Beilen gebracht.

Lees meer over ds. Westrik
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 2

Symboliek

Anker, hart en kruis

Dit is het symbool van de belangrijkste Christelijke deugden, geloof, hoop en liefde en staat het voor standvastigheid, vastberadenheid en trouw.

Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 2

Burgemeester

Lid van de familie De Vos van Steenwijk en een zoon van de latere Commissaris des Konings Jan Arend Godert baron de Vos van Steenwijk (1799-1872) en Hermanna Elisabeth Backer (1801-1876). Hij studeerde af in de rechten in 1854 waarna hij advocaat en procureur werd. In 1856 trouwde hij met Maria Bemardina barones van Imhoff (1833-1901) uit welk huwelijk twee kinderen werden geboren; het huwelijk werd in 1872 door echtscheiding ontbonden. In 1855 werd hij benoemd tot burgemeester en secretaris van Beilen en van Westerbork hetgeen hij tot 1861 zou blijven.

Lees verder
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 2Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 2

Hotel Prakken

Jacobus Prakken had een café naast kruidenierswinkel Rijnsburger, Pietje Snor, in de Hekstraat. Na het overlijden van Jacobus zette zijn vrouw het café door. Later werd het pand van Rijnsburger er bij gekocht en in 1933 verbouwd tot het toen vermaarde hotel Prakken. Frederik was toen eigenaar van Hotel Prakken.
In hotel Prakken gebeurde van alles. Er werden vergaderingen gehouden, ook het gemeentebestuur vergaderde er wel eens. De voetbalclub heeft het een tijdje als omkleedruimte gebruikt (toen het voetbalveld nog dicht bij het centrum lag). Ook werden er regelmatig bioscoopfilms gedraaid in de grote zaal. Voor de vele (wat oudere Beilenaren) is dit nog steeds een begrip.
De zoon van Frederik, Jacobus nam de zaak over. Het hotel werd uiteindelijk verkocht, ook omdat er geen opvolgers waren, die het hotel verder wilden draaien. Eerst heeft de familie Hulzebosch er nog in gezeten en daarna kwam er een Chinees restaurant in, die later in brand vloog en er van het markante gebouw niets meer overbleef.

Foto hotel Prakken
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 2

Wagenmaker

Cornelis Gaasbeek, een wagenmaker in Beilen. Nu een oud beroep. Hij maakte boerenwagens, karren en wipkarren. Cornelis werd door zijn neefjes en nichtjes ome Kiep genoemd. Hij was ongetrouwd en woonde in het grote pand van zijn ouders. Het huis stond aan de Kruisstraat op de plaats waar Oosting Makelaardij nu zit. Achter het voorhuis had Cornelis zijn werkplaats, een ontmoetingsplaats voor velen. Cornelis wist altijd wel een leuk verhaal of anecdote te vertellen. De kamers aan de straat hadden bedsteden. In de linker voorkamer had oorspronkelijk de joodse modiste Beth Moos een hoedenwinkeltje. Deze werd later overgenomen door Annie Jonkman-Gaasbeek, de zus van Cornelis. Annie had deze winkel later in de Brinkstraat, de winkel waar later Hennie Kramer zat en nu de winkel met hobbyartikelen.

Uit: Cornelis Gaasbeek door T.L. Kroes in tijdschrift Historische vereniging Beilen, 1990, nr. 3

Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 2

Schoon drinkwater.

Dokter Prins, geneesheer in Beilen. Zijn huis stond op de Markt (links van waar nu de pizzeria staat) en was zeer geliefd bij de bevolking. In zijn tuin stond een houten pomp. De hele buurt in de omgeving van de Markt haalde daar dagelijks één of twee emmers drinkwater op. Schoon water was toen niet altijd vanzelfsprekend. Het oppervlaktewater was niet meer geschikt als drinkwater. Regenbakken, putten en pompen konden onvoldoende schoon water leveren hetgeen leidde tot sterfte als gevolg van cholera.
Het waterhalen ging door tot 1943. Toen werd in Beilen een waterleiding aangelegd.

Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 2

Jachtopziener, die alles zag en slimmer was dan een vos.

Willem Eising was jachtopziener in Holthe. Hij beklom 's nachts regelmatig de kerktoren in Beilen om van daaruit naar Holthe te kijken of er met lichtbakken op wild gejaagd werd.
De omgeving van Beilen was in het begin van de 20e eeuw vermaard om zijn wildrijkdom en dat was te danken aan Willem. Werd zijn wild bejaagd, dan wist hij het want een verdacht voetspoor twee- of vierbenig ontging hem niet.

Uit: Jachtopziener Willem Eising door G.J. Dijkstra in tijdschrift Historische vereniging Beilen, 2002, nr. 2

Lees het artikel over Willem Eising

Rouwtijd

Bij de overledene gingen de blinden of gordijnen dicht. Bij de buren ook of halfdicht.
De rouwtijd werd bepaald naar de graad van verwantschap tot de overledene. Voor ouders, kinderen en echtgenoten was de rouwperiode een jaar en zes weken. Zes weken zwaar; zes maanden half en zes maanden lichte rouw. Voor andere familieleden waren er kortere rouwperiodes.
De mannen droegen in de rouwperiode een zwarte lakense jas, broek en vest en een hoge hoed, met zwarte zijde of een andere stof omgeven. Aanvankelijk hing de zwarte zijde over de rug en werd bij het verlaten van het kerkhof om de hoed gebonden.
Op de eerste zondagen na het overlijden verschenen de mannen met deze hoed in de kerk. Niet-naverwante mannelijke familieleden droegen zowel bij de begrafenis als op de volgende zondagen meestal ter linkerzijde aan hun pet een zwarte kokarde. De vrouwen verschenen in het zwart gekleed met een hoed boven het oorijzer op het hoofd, die geheel of gedeeltelijk met zwarte stof overtrokken was. Ook de stiften van de oorijzers waren in de rouwtijd overtrokken met zwarte stof.

Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 2

Beurtschipper

Een oud beroep: beurtschipper. Vervoer van vracht en personen over water was vroeger gebruikelijk.
Hein Holwerda onderhield een beurtdienst op Groningen.

Lees meer over de beurtvaart
Begraafplaatsroute Torenlaan, deel 2

Fietsenmaker en voorloper van Raterink.

Willem Koning opende in ongeveer 1933 een fietsenzaak, annex garagebedrijf in Beilen aan het begin van de Brinkstraat, begin Markt waar nu Hans Anders zit. Voor het pand stonden benzinepompen. De garagewerkplaats was bereikbaar vanaf de Torenlaan. Deze zaak werd later door Nicolai overgenomen.
Willem had ook een taxibedrijf. Hij was zelf de taxichauffeur. In 1937 liet Willem een nieuwe garage plus woning bouwen op de Linthorst Homanweg. Nu is daar de Tackle Box gevestigd, daarvoor tapijthandel Vinke en weer daarvoor garage Raterink.

In dit graf ligt ook hun zoon Jan Koning. Jan verdronk tijdens een zwemwedstrijd in Beilen.

Lees meer over het ongeluk

Deel 3

Klik op onderstaande knop om verder te gaan met de beschrijving.

Ga verder met de beschrijving van de route